zaterdag, november 24, 2007

Loy Krathong

Als ik op vrijdagavond een weblog in elkaar aan het draaien ben waarin ik schrijf dat het vanaf nu allemaal wel wat rustiger zal worden buiten het werk, omdat ik al een hoop heb gedaan, word ik alweer verrast. En grote groep van ‘ons’ is dit weekend naar Bangkok. Maar omdat ik daar al ben gweest en omdat er ook nog wel mensen moeten werken, blijf ik hier. Op zaterdag werk ik de hele dag en ‘s avonds is er en een festival. Ik had er al wel wat over gehoord in de afgelopen week maar dat het zo iets groots is. Dan toch maar een ander weblog verhaal plaatsen....

Op de derde zaterdag van de maand in november viert men hier Loy Krathong. Dit is het laatste weekend van de 12e maan-maand. Overigens hanteert men hier een andere jaartelling dan wij doen. Nieuwjaar wordt in april gevierd en we zitten momenteel in het jaar 2550. Goed, terug naar Loy Krathong. Als het aan het einde van de 12e maan-maand volle maan is, is het Loy Krathong festival. Op de avond van deze feestdag trekken miljoenen mensen in Thailand en in de buurlanden (Cambodja, Birma, Laos, Maleisie) naar het water. Het maakt niet uit welk water het is, als het maar stromend is. En daar laten ze hun Krathong te water. Een Krathong is een klein vaartuigje dat gemaakt is van verschillende, inmiddels milieuvriendelijke, dingen. Het bootje is gemaakt in de vorm van een lotus bloem en op de Krathong zitten bloemen, een kaars en 3 wierrookstaafjes. Loy betekent overigens varen en zo is wat de vertaling betreft ook alles weer uitgelegd.

Het bootje wordt te water gelaten en hoe langer het kaarsje blijft branden, hoe meer geluk je krijgt het komende jaar. Naast de Loy Krathong is er ook heel veel vuurwerk. Heel veel, heel erg langdurig en veeeelste hard (ik word een dagje ouder)! En dan is er nog iets dat echt bij Loy Krathong hoort: de Thaise heteluchtballon. Dit is een grote papieren balon waarin onderin een kaarsje hangt. De kaars warmt de lucht in de ballon op en vervolgens zweeft de ballon een heel eind de donkere lucht in. Op die avond van Loy Krathong, zie je dan ook echt duizenden lichtpuntjes aan de hemel.

Om 9 uur vertrek ik met Mark, Henk en Henk (in de volksmond hier gewoon Henk 1 en 2 genoemd) naar het stand van Palla Beach, wat op zo’n 10 minuutjes rijden van ons huis ligt. Ik ken deze heren al sinds ik bij PURAC werk. Mark kom ik zeer regelmatig tegen in alle Technology Platforms die PURAC rijk is (hij is nu Technology Manager van PURAC Thailand), en de Henk-en zijn mijn collega’s geweest in de tijd dat ik nog supervisor was. We kennen elkaar allemaal dus al jaren dus dat is wel leuk. Zodra we aan het strand zijn, kopen we allemaal een Loy Krathong en begeven we ons naar het water. Het is laag water dus moeten we een stukje lopen. Schoenen uit, broek opstropen en vervolgens met je Krathong de zee in. Best bijzonder. Ik heb het niet helemaal kunnen volgen maar laat ik maar van het beste uitgaan en dat mijn kaarsje helemaal is opgebrand op de zee.

Na dit ritueel lopen we langs de vele kraampjes en kermis-achtige tenten. Ook is er nog een miss verkiezing. Iets wat ook bij Loy Krathong schijnt te horen. Al denken wij gewoon dat de lokale mannen de lokale vrouwen wel eens op een podium wil hebben. Palla Beach is trouwens maar een heel klein dorpje maar het is heel erg druk. Het lijkt wel of iedereen in de omgeving vanavond aan het strand is. En navraag leert dat dat ook waarschijnlijk het geval is. Overal zitten hele families op kleden met heel veel eten, er staan tentjes waar mensen in slapen, er wordt muziek gemaakt en wordt gedansd. Je kan het zo gek niet bedenken of het is er. Wat er ook is, is heel veel bekijks. Want wij zijn zo’n beetje de enige blanken hier en met mijn 1.79 m ben ik zelfs al lang te noemen. Dat heeft wel iets. Eindelijk kan ik eens over de hoofden heen kijken. We worden dus regelmatig aangestaard. Henk 1 meet als enige van ons over de 1.85 meter en heeft daardoor, en waarschijnlijk ook dankzij zijn haarbos, het meest bekijks.

Als we de markt hebben afgelopen, gaan we nog een stapje verder in onze Loy Krathong viering. We kopen allemaal een Thaise heteluchtballon. En 1 voor 1 verdwijnen ze de lucht in. Om de avond kompleet te maken, ploffen we met een biertje op de kademuur en kijken we naar het vuurwerk. De zingende families om ons heen doen je gewoon vergeten dat je hier naartoe gekomen bent om te werken. Wat een bijzondere avond weer.

donderdag, november 22, 2007

Botanical garden

Als ik op zondagochtend rond 9 uur, tegen in plaats van langs de deurpost loop, lijkt het me beter om nog even terug naar bed te gaan. Even maar want een uur later gaat de wekker omdat we, met een groep van 8 man, hebben besloten om naar de tropical botanical garden van Pattaya te gaan. Als ik even later beneden kom en een croissantje heb gepakt, leg ik die na 1 hap maar weer weg. Nu even niet.

Oef, zaterdagavond was wel erg gezellig in het Thaise bar/restaurant dat tegen 12-en omgetoverd werd tot discotheek. Erg gezellig en vooral net 1 biertje te veel. Maar ’s avonds een vent, ’s morgens een vent. Dus bijt ik die zondagochtend even door. En nadat we in de botanical garden zijn aangekomen en het zonnetje schijnt op mijn kop, gaat het al snel een stuk beter. Niet alleen met mij overigens want langzaamaan wordt de hele groep wakker (lees: nuchter). Op zaterdagavond zijn we uiteten geweest in een bar/restaurant waar we de enige niet Thaien waren. Heel erg leuk, mede dankzij een live band die heel behoorlijk speelde, ook al waren de Thaise nummers een beetje abracadabra. Maar Thailand zou Thailand niet zijn als op een paar schermen de tekst mee liep zodat iedereen kon mee karaoken. Heb ik hier al heel wat bijzondere dingen meegemaakt, op zaterdagavond was er ook weer iets wat ik jullie moet vertellen. Zodra je op het mannentoilet stond, kwam er een masseur achter je staan die je rug en nek begon te masseren. Heel raar hoor. Terwijl je aan ‘de ene kant’ staat te plassen, staat er aan ‘de andere kant’ iemand je te masseren. En als je vervolgens weer aangekleed bent (wat je gelukkig wel zelf mag doen), staat diezelfde man bij de wastafel al op je te wachten. De kraan wordt voor je opengedraaid en je krijgt afwisselend koude en warme doekjes voor je handen. En vervolgens wordt nog eens je rug en nek gemasseerd, waarna het geheel wordt afgeloten met een paar typische Thaise massage handelingen. Krak zeiden al mijn vingers, krak zei mijn nek en krak zeiden mijn armen maar al met al wel ontspannend, als je de eerste minuut tenminste even buiten beschouwing laat. Je legt 20 baht (50 cent) neer en je kan weer de zaal in, om vervolgens nog een paar keer terug te komen. Want bijzonder was het wel.

De botanische tuin is heel erg mooi en ik ben ervan overtuigd dat sommige lezers niet genoeg zouden hebben aan een bezoek 4 uur. Heel groot opgezet, prachtige bloemen, planten, tuinen en bossen. Schitterend gewoon, al was het vaak raden waarnaar we keken. Iedereen had gehoopt dat er iemand bij was die verstand had van bloemen en planten zodat we wat wijzer zouden worden. Maar na een half uurtje werd ieder op zijn beurt teleurgesteld want de hele groep bleek een leek te zijn op het gebied van flora. We vonden het al heel wat dat we de cactus en de palmboom herkenden. Maar naast flora ook veel fauna. Een vogelpark, waar ik maar niet in ben geweest omdat ik al moest niezen zodra de vogels in de buurt kwamen, een paar tijgers, apen, een schildpadden-kinderboerderij en het sluitstuk van de dag, een olifantenshow.

De olifantenshow werd vooraf gegaan door een show met traditionele Thaise dansen en Thaiboxen. Maar daar kwam niemand (er zaten zeker een paar honderd man te kijken) voor. Aan het einde van de eerste show wordt iedereen uitgenodigd om naar een klein stadion te gaan en daar blijken de olifanten te zijn. We zien olifanten basketballen, darten, bowlen, fietsen, schilderen en voetballen. Wel grappig natuurlijk, maar wat mij betreft zit dit in dezelfde categorie als de beren die ik vorig jaar in een circus in Omaha had zien fietsen. En na deze beren gezien te hebben, had ik mezelf voorgenomen om geen circussen of andere dieronterende voorstellingen meer te bezoeken. Helaas zit ik er, hoe leuk ook, nu dus weer bij één. Al is het verschil met de beren dat deze olifanten zo’n beetje de enige inkomstenbron is van de mens hier, wat het wel iets bergijpelijker maakt (de circusartiesten hadden nog vele andere en vooral leukere acts om hun geld mee te verdienen).
Na de tuinen, leidt onze chauffeur Khun Ong ons naar een tempelcomplex en de gouden boedha. Helaas is het al na vijven en zijn de tempels dicht. De gouden boedha, weergegeven in goud op een rotswand, kunnen we nog wel zien. Na dit culturele dagje vinden we het allemaal tijd om eens te zondigen. Geen rijst met troepies vandaag maar schnitzel, pizza, cordon blue en een dubbele hamburger. Die laatste ligt op mijn bord en het lijkt wel de lekkerste hamburger die ik ooit op heb. Gut wat is een mens snel tevreden na 3 weken ‘flied lice’.

maandag, november 19, 2007

Thais eten

Ik kan natuurlijk bladzijdes vol schrijven over wat ik nu op mijn werk doe en hoe een dag verloopt van minuut tot minuut. Maar dat is ten eerste voor jullie niet echt boeiend om te lezen en ten tweede, belangrijker nog, voor mij volkomen oninteressant om te schrijven. Want na een lange werkweek ga ik natuurlijk ook niet nog eens ’s avonds zitten beschrijven wat ik in die uren heb gedaan. Dat zou wel erg veel werk zijn in een week. En tenslotte moet er ook nog ontspannen worden. Dus dan doen we dan maar zo vaak en lang als we kunnen.

Iedere avond gaan we met een groep uit eten. Er zijn uiteraard meerdere groepen omdat er verschillende werktijden zijn. En daarbij werken sommigen van ons ook nog eens in shifts dus die zijn er meestal niet bij. Die eten op het werk. Ik werk niet in shifts dus schuif ik iedere avond aan tafel met anderen. Meestal gaan we direct na het werk gelijk naar door een restaurant. Behalve als we wat verder weg gaan en als je daardoor dus wel erg lang in je werkkloffie blijft lopen. Inmiddels hebben we wel een lijstje met favoriete restaurants die we een beetje proberen af te wisselen.

Iedere dag is het rijst. Rijst, rijst en rijst. Al wordt dat nog wel in verschillende gradaties aangeboden. Gekookte rijst hebben we dagelijks op werk. Maar rijst met kip, rijst met garnalen of rijst met ei eten we ook regelmatig. Maar absolute favoriet is de ‘Flied Lice’. Maar gelukkig komt de rijst niet alleen. De eerste dag bestelden we allemaal een gerecht van de kaart. Maar zo werkt het hier dus niet want dan krijg je allemaal een klein schaaltje met ‘iets’ (en de rijst natuurlijk). Drie happen en het is op. Na dag 1 ben je wat dat betreft gelijk geintegreerd. Je gaat zitten, roept de ober en je begint gewoon een beetje in het wilde weg gerechten van de kaart te noemen, totdat je minimaal twee keer zoveel gerechten op tafel hebt dan er mensen zijn. In het begin betekent dat dat er nog wel eens een fout (lees: zo heet dat de vlammen uit je oren komen) gerecht tussen zit. Maar na een tijdje word je bekend met de kaarten en pik je zo je favorieten eruit. Over het algemeen is het heel erg lekker. En omdat verschillende mensen verschillende smaken hebben, eet je heel erg gevarieerd.

Ik ga nu mijn vierde (!!) week Thailand in en dat betekent deze week weer een keer ‘normaal’ eten. Want na een week heb je wel eens behoefte aan gewoon pizza, pasta of iets anders Europees/Amerikaans. Dat merk je alle niet-Thaien hier, ook diegenen die er voor een paar jaar zitten. Zo eens in de zoveel tijd heb je je rijst tax bereikt en is er behoefte aan wat anders. Ben benieuwd wat het deze week wordt.

Het ontbijt eten we overigens dagelijks thuis en dit bestaat uit twee boterhammen met jam. Acht weken lang, boterhammen met jam ’s morgens vroeg. Veel meer keuze heb je namelijk niet of je moet het verschil tussen aardbeien jam en ananas jam ook een keuze willen noemen.

Maar het absolute eet-hoogtepunt van deze periode is afgelopen vrijdagavond geweest. Misschien zelfs wel het eet-hoogtepunt in mijn leven. Niet qua smaak maar wel qua bijzonderheid. Al snel had ik me hier voorgenomen om hier eens een insect te proberen. Niet omdat dat me nu zo enorm lekker leek maar vooral om het eens mee te maken. Omdat ik toevalligerwijs elke keer de enige was in de groep die het wel eens wilde proberen, zette ik ook niet heel erg door. Want als je zo’n stalletje met insecten ziet, is het toch wel even wat anders. Zeker omdat in datzelfde stalletje naast sprinkhanen onder andere gebakken meelwormen, maden en kakkerlakken liggen. En dat bederft de eetlust, als die er al was, toch wel. Maar afgelopen vrijdag was het dus anders. Met 4 anderen, die allemaal wel eens een insect wilden eten, was ik weer in Pattaya om mijn pak op te halen. Nadat dat gedaan was en nadat we hadden gegeten, liepen we op straat langs een insectenstalletje. Het was nu of nooit en het werd dus nu!

De verkoper schepte ongeveer 15 sprinkhanen uit de bak en ging ze kort roerbakken met wat groente. Vervolgens gaan er kruiden over heen en worden ze, nadat eerst de kop eraf is gebroken, aangeboden. Ja, en dan kan je niet meer terug. Maar het leuke was dat ook niemand meer terug wilde. Sprinkhaan tussen je vingers, mond open en hap. Niet te veel nadenken, niet te veel naar de sprinkhaan kijken en al helemaal niet proberen om hem in stukjes op te eten. Gewoon in je mond, kauwen en doorslikken. De kleine sprinkhanen gaan echt probleemloos weg. Maar je hebt ook sprinkhanen met zo’n groot lijf. Op dat moment sputteren vooral de hersenen toch wel even tegen maar uiteindelijk wint de nieuwsgierigheid het van de walging.

Ik heb er drie op en het viel allemaal reuze mee. Waarschijnlijk smaken ze helemaal nergens naar als ze niet gekruid worden dus zorgen de kruiden ervoor dat ze best lekker zijn. De pootjes zijn knapperig en het gekraak in je mond is niet heel anders dan wanneer je een chipje eet. Nadeel is wel dat de sprinkhaan tijdens het kauwen in heel veel kleine stukjes uiteenvalt. En laten die miniscuul kleine stukjes nu allemaal feilloos dat plekje weten vinden in de holtes tussen je tanden en kiezen. Dat is nog niet zo erg maar in de daaropvolgende uren beginnen die stukjes door je mond te zwerven waardoor je nog langer van je sprinkhanen kan ‘genieten’.

Uiteraard word je de volgende dag aangemoedig door collega’s, die het eten van een sprinkhaan een walgelijke gedachte vinden, om de aandacht nu te verplaatsen naar de kakkerlak. Maar voorlopig is het antwoord (‘moet er niet aan denken’) dat ik pas een kakkerlak eet als hun tegelijkertijd een sprinkhaan eten, nog geen reden om me zorgen te maken. Want een kakkelak is toch echt wel buitencategorie voor wat betreft het eten van insecten. Hopelijk blijven mijn collega’s de komende weken walgen van sprinkhanen.....

donderdag, november 15, 2007

Pattaya

Op zaterdagochtend werk ik nog . Maar rond een uur of 3 ’s middags is het weer tijd voor wat leuks. Met Mark en Ralf ga ik naar Pattaya, waar we rond etenstijd ook Johan ontmoeten. Pattaya.....tja, wat moet ik daar nu eens over vertellen? Pattaya is de sex hoofdstad van de wereld, het moderne Sodom en Gomorra, de verzamelplaats voor oude grijze mannen die op zoek zijn naar jonge meisje, waarbij het niet veel uitmaakt dat die meisjes in het verleden een jongen zijn geweest. Maar behalve deze bezienswaardigheid, die Thailand overigens erg veel geld oplevert, is er natuurlijk nog wel meer te doen. En gaan wij naar Pattaya voor die andere dingen.......yeah sure!

Pattaya ligt precies tussen Bangkok en Bangchang, de plaats waar wij wonen, in. Het ligt op ongeveer een uurtje rijden naar het noorden. En zoals veel plaatsen hier, ligt het ook aan het strand. Overigens moet je je hier niet al te veel bij voorstellen want het strand is veelal maar een meter of 4 breed. Geen hagelwitte bounty stranden dus.

Onze chaufeur, Khun Ong (Khun staat voor meneer/mevrouw), rijdt ons naar Pattaya en pakt hierbij de toeristische route. En terwijl ik dit tik, bedenk ik me dat jullie nu wel eens zouden kunnen denken dat alles hier om sex draait en dat we dus via de rosse buurt zijn gekomen. Nee hoor, echt de toeristische route. Dus in plaats van via de snelweg, rijden we de hele tijd langs de kust en komen we door allerlei leuke Thaise plaatsjes. Khun Ong is een man van eind 40. Hij spreekt redelijk Engels maar bovenal weet hij heel veel van de streek en is hij dus tegelijk een beetje onze gids. Als we in Pattaya aankomen, gaan de anderen op souvenier jacht (voor mijn thuisblijvers: ik ben nog steeds geen souvenierjager dus behalve een borrelglas voor mezelf is er niets gekocht. Dus wees niet bang dat er binnenkort weer tig houten olifantjes op de kast neergezet gaan worden). Als de tassen vol zijn, gaan we naar een kleermaker. Want dat is het eigenlijke doel van deze trip. In Pattaya zit een kleermaker die al voor vele collega’s kleding heeft gemaakt en dit kost erg weinig. Ik, niet echt een pakkenman, laat me dit keer dus wel een pak aanmeten. Grappig hoor. Een pak, helemaal op maat. En het mooiste komt nog. Als het pak klaar is, naait de kleermaker er een keurig Hugo Boss label in. Thailand is ook het land van de namaak. Van kleding tot cd’s. Je kan het zo gek niet noemen of het wordt gekopieerd. Maar het pak kost me minder dan 100 Euro dus dat gooit al snel mijn principes met betrekking to namaak overboord. Sterker nog. We weten zelfs het feit dat we denken dat kleine kinderen onze pakken maken een positieve wending te geven. Zouden deze kinderen anders niet in de prostitutie terecht komen? Dus gelukkig kopen wij pakken en besparen we hun dat lot..... Dubieuze gedachtegang, ik geef het toe. Maar door dit maar te denken slapen we goed. Overigens is het pak niet gelijk klaar hoor. Het is op zaterdag meten, twee dagen later passen en weer een paar dagen later pas ophalen.

Nadat ik me een pak heb laten aanmeten voor feesten en partijen, gaan we naar de Japanner om te eten. Heerlijk maar wel ter waarde van een half pak. Best duur dus dit keer. Maar ja, de dagelijkse toeslag van 25 Euro die we hier krijgen moet toch ook op, dus mogen we ons zo nu en dan best eens ‘laten gaan’. Ons laten gaan doen we overigens niet in de Walking Street. En dat is maar misschien maar goed ook. Al is het natuurlijk heel erg twijfelachtig of ik het hier zo beschijven als we ons wel zouden laten gaan.

De Walking Street is, de naam zegt het al, een straat waar je kan lopen. Overdag rijden er auto’s maar van 7 uur ’s avonds tot 7 uur ’s morgens is de straat auto vrij. Dan is het namelijk het bruisende hart van Pattaya. De straat, zo’n 5 meter breed en 500 meter lang, is bezaaid met clubs, barretjes en restaurant. Maar meer nog dan dat is het bezaaid met schaars geklede Thaises die allemaal maar op 1 ding uit zijn, je geld. En om dat te krijgen doen ze echt alles om je aandacht te trekken. Een hoop gejoel en geklap gaat er op als je langs loopt en in glazen kooien staan dames te dansen. Dames die vaak ook omgebouwde, nog niet helemaal omgebouwde of gewoon verkleedde mannen zijn. En soms is het verschil natuurlijk heel goed te merken. Als je ineens ‘hey sweetie’ hoort met een zware basstem, terwijl er wel een vrouwenlijf aan vast zit, hoef je niet echt te twijfelen. Maar soms is het spelletje ‘zoek de verschillen’ echt wel nodig om erachter te komen. En dan weet je het nog niet helemaal zeker. Na de straat door gelopen te zijn, gaan we naar een grote, soort openlucht, bar. In de bar is een lang breed looppad van voor naar achter en aan weerskanten van het looppad zijn kleine barretjes. En achter elk barretje staan minimaal 8 meiden. En uiteraard gaan wij helemaal het gangpad af zodra we merken dat het een traditie is dat alle binnenkomers in de bar massaal worden toegejuicht en toegeklapt. Goed voor je ego hoor. Je zou bijna gelijk rechtsomkeer maken om het nog een keer te doen. Na een paar biertjes gaan we er maar weer eens vandoor. Ook omdat onze ogen zo langzamerhand uit onze oogkassen vallen van verbazing. Niet omdat het schokkend is wat we zien. Nee, wat dat betreft valt het al allemaal reuze mee (of tegen....;-)). Maar het is allemaal natuurlijk wel heel ‘different’. Al zegt dat misschien meer over mij dan over de sfeer daar. Als je geregeld naar de wallen gaat, zal je hier ongetwijfeld je ogen wat minder uit kijken. Al met al dus een hele leuke avond. Weer eens wat meegemaakt.

Zondag is een vrije dag en die besteed ik met uitslapen, een beetje joggen, bij het zwembad liggen en een bbq, georganiseerd door PURAC. Vooral het eerste deel van de dag breng ik lekker alleen door. Ook wel eens lekker als je bijna 24 uur per dag wordt omringd door collega’s. Niet alleen lekker maar ook wel een beetje noodzakelijk want er zitten toch eikels tussen..... Nee hoor, het is erg gezellig. Maar even lekker alleen met een boek is ook veel waard.

dinsdag, november 13, 2007

Koning Purac en Koning Bhumibol

De tweede werkweek staat in het teken van de echte opstart. Het weekend ervoor is een beetje ingeruimd voor iedereen om wat rust te nemen. Niet zo zeer voor ons want wij zijn er net maar wel voor de Thaien die al weken 7 dagen per week minimaal 12 uur per dag werken. Maar dit kan je wel willen als management, de Thaien blijven gewoon werken. Op maandag gaan we met frisse zin naar ons werk. Laat het maar gebeuren, we zullen het wel eens op gaan starten. En dan blijkt dat er in het weekend iets fout is gegaan in de beginstap van het proces (om Intellectual Property redenen kan ik niet te veel ingaan op het proces; je weet immers maar nooit wie dit leest) waardoor we allemaal met de armen over elkaar kunnen gaan zitten gedurende 2 dagen. Wachten, wachten, wachten. Ja, dat is ook een opstart. Het is soms heel intensief en dan weer niks.

Op dinsdag, als het in de fabriek dus erg stil is, komt de grote baas van PURAC langs. Fabrizio Rampinelli (zijn naam is wel erg toepasselijk gezien het feit dat zijn beslissing ertoe heeft geleid dat de Nederlandse melkzuurfabriek dicht gaat, wat je toch een ramp mag noemen voor het personeel aldaar) is hoofd van PURAC en direct verbonden met onze moedermaatschappij de CSM. Deze Italiaan is aanwezig ter ere van de officiele opstart. En dan krijgen we gelijk weer een stukje van de cultuur van de Thaien te zien. Iemand die hoog in rang staat, wordt bijna letterlijk met trompetgeschal binnengehaald en het respect druipt er vanaf. Iets wat voor ons, Nederlanders, toch een beetje overdreven is. Meneer Fabrizio is immers ook maar gewoon een mens die ook naar de wc gaat (althans daar gaan we voor het gemak maar vanuit). Maar het moet gezegd, het feest dat is georganiseerd is erg leuk. Begeleid door 2 olifanten komt hij het terrein op en de olifanten overhandigen vervolgens symbolisch het eerste melkzuur. Na afloop van deze ceremonie blijkt de heer Rampinelli inderdaad maar een gewoon mens te zijn die gewoon last heeft van een jetlag en niet zo veel zin heeft in social talk. Want als hij bij ons aan tafel komt zitten, is dit duidelijk een beleefdheidsbezoekje. Er komt weinig uit. Gelukkig, het is ook maar een mens.

Nu ik het toch over respect en verering heb, kan ik nog wel even een stapje verder gaan. Al is het natuurlijk wel een erg grote stap van Fabrizio Rampinelli naar koning Bhumibol. Sla een willekeurig boek over Thailand open in de bibliotheek en de koning komt ter sprake. Deze vorst van 81 jaar is de langstzittende vorst (vanaf 1946) ter wereld en wordt aanbeden door het volk. En nu denken jullie ‘ja ok, iedereen houdt van de koning, zwaait met een vlaggetje als hij voorbij komt en het is een vrije dag als hij jarig is’. Nee, dit gaat veel veel verder. En als je er niet bent geweest, zal je niet goed begrijpen hoe ver dit gaat. Ik ben er dan ook van overtuigd dat ik het niet goed kan overbrengen. Dit neemt bijna religieuze vormen aan. Momenteel is de koning herstellende van een ziekenhuisbezoek. Zijn gezondheid is iets wat PURAC ook zorgen baart maar dan om hele andere redenen (lees: financiële) waarom de Thaien bezorgd zijn. Als de koning overlijdt, betekent dit 3 weken van nationale rouw en zal er geen Thai naar zijn werk gaan. Gelukkig voor iedereen hier, is het zo ver dit keer niet gekomen maar met 81 jaar komt het einde natuurlijk wel dichterbij, zeker gezien zijn kwakkelende gezondheid.

De koning heeft veel bijgedragen tot de huidige democratie. Er vonden, en vallen nog steeds, veel staatsgrepen plaats maar de koning weet ze elke keer te sussen. Overigens vormt hij niet de regering en maakt hij er ook geen deel van uit. Wat dat betreft lijkt zijn functie meer op die van onze koningin. In 2006 werd er een staatgreep gepleegd tegen de toenmalige president Thaksin. Koning Bhumibol, geen liefhebber van deze president, besloot daarop de leiders van de coup te ontvangen in zijn palies, waarmee de coup een feit was. Want zodra je de steun van de koning hebt, heb je de steun van het volk.

In het dagelijks leven kom je foto’s van de koning overal tegen. Op straat, in de taxi, in winkels en op werk. Je kan het zo gek niet verzinnen of zijn portret hangt er. We hebben hem ook al groot geprojecteerd gezien op een wolkenkrabber in Bangkok en in de straat waar het uitgaansleven van Pattaya (waarover later mee) in vol ornaat tot uitbarsting komt. Van portretten op buro’s van collega’s kijken we ook niet meer op. Praat dan ook niet negatief over de koning. Beter is om helemaal niet over hem te praten. Zo voorkom je dat je de Thaien beledigt. Op de eerste dag maakte ik al de fout om in een winkel iets af te rekenen met een beetje verfrommeld briefje van 500 bath (ongeveer 11 Euro). En dan moet je weten dat op al het briefpapier het beeltenis van de koning staat. De winkelier nam mijn briefje in ontvangst en ging het vervolgens 2 minuten lang glad staan strijken. Echt, ik overdrijf er geen seconde van. Overigens bleek deze jongen niet helemaal model te staan voor de gemiddelde winkelier, heb ik inmiddels gemerkt. Wat dat betreft zijn Thaien net mensen. Als je maar betaalt; het aantal kreuken in het briefgeld maakt dan niet zo uit. Wat ook erg opvalt dat heel veel in dit land geel gekleurd is. Dat is de kleur van de koning (geel gaat nog, roze is de kleur van zijn dochter die hem op gaat volgen). En op maandag zijn dragen heel veel Thaien een geel shirt om hun liefde voor de koning nog eens te tonen. Maandag is de geboortedag van de koning en op deze wijze eren ze hem. Overigens is de koning op 5 december jarig dus er is nog een vrije dag in het verschiet. Want denk maar niet dat er ook maar 1 Thai gaat werken die dag.

Weer even terug naar de tweede week van mijn verblijf hier. De dagen op werk vliegen voorbij, zelfs als je een wat rustigere dag hebt. We beginnen rond 8 uur en gaan meestal rond een uur of 7 weer naar huis. Afgelopen zaterdag heb ik ook nog een halve dag gewerkt maar daarna toch anderhalve dag vrij gehad. Lunchen doen we op het werk en het avondeten nuttigen we in een restaurant, waarbij voor een restaurant aan het strand al erg geliefd is. Was ik in Amerika al gewend dat uit eten niet duur was, hier is het helemaal een lachertje. Voor 5 Euro kan je heerlijk eten. Maar over eten, vrije tijd en andere belevenissen de volgende keer weer meer.

zaterdag, november 10, 2007

Thai Thai Tim

Zoals jullie weten, ben ik inmiddels aanbeland in Thailand om daar mee te helpen om de nieuwe PURAC fabriek op te starten. Het was de bedoeling om een hele nieuwe blog te maken. Maar omdat dingen in Thailand, inclusief het internet (met alle leestekens), een stuk minder makkelijk werken dan in onze westerse wereld, plak ik mijn Thai-adventure maar gewoon achter het Omaha-adventure aan.
Groetjes en tot eind december,

Tim


Heel even thuis
Wat raar om weg te gaan voor 2 maanden als je eigenlijk nog maar net verhuisd bent. Sterker nog, je bent nog niet eens gewend aan je eigen huis en dan zit je alweer in het vliegtuig. Al met al natuurlijk niet erg leuk maar het is wel iets dat we al zo’n 2 jaar weten. We hebben er dus ‘naar toe kunnen leven’. Dat de week voor mijn vertrek naar Thailand de meest rommelige week zou zijn van de afgelopen 2 jaar, konden we natuurlijk niet vermoeden....

Op dinsdag komen de verhuizers. Alleen in plaats van om 9 uur, komen ze pas om 2 uur in de middag. Geen probleem, alleen jammer dat ze ons dat van te voren niet hadden verteld. Vervolgens wordt er uitgeladen. En na wat kastjes, fietsen, bedden en speelgoed is de vrachtwagen leeg. Leeg? Waar zijn de dozen? Niet 1 doos is mee verhuisd, wat wil zeggen dat we niets uit de keuken hebben, geen kleren, beddengoed, badkamer spullen, boeken enzovoort. Omdat we een dag later al hadden afgesproken om wat oude spullen uit de opslag te halen, maken we ons niet al te druk. We halen dan de rest wel op.

Woensdag zijn we dus in Den Haag bij de verhuizer. Dan begint de verbazing pas echt. Er staat nog een hele volle container van ons en gelijk weten we ook wat er fout is gegaan. Men heeft gedacht dat dit allemaal voor de opslag was, waar het eigenlijk bedoeld was om mee verhuisd te worden. We vinden zo’n 40 dozen die mee naar Gorinchem moeten. Omdat dit geen doen is, nemen we de 10 belangrijkste mee en spreken we met de verhuizer af dat hij de rest komt brengen begin november. Maar daar zijn we er nog niet mee want er staan hier ook nog oude spullen van ons opgeslagen. Spullen die 2 jaar geleden niet mee zijn verhuisd naar Amerika. We halen de televisie en een stofzuiger uit de opslag en de rest gaat weer terug. Pfff wat een zooi heeft een mens toch. Als we straks onze spullen in de Elect van Luikstraat hebben, staat er nog altijd 30 m3 ‘troep’ in de opslag. 30 m3 !! Dat is een garage van van 3*5*2 meter, helemaal afgeladen met tafels, stoelen, boeken, een zonnenbank, kasten, fietsen, een bank, enzovoort enzovoort. Dat wordt dus op zoek naar een groot huis volgend jaar.......

Donderdag en vrijdag staan in het teken van opruimen, nog wat mensen bezoeken, bezoek krijgen en inpakken voor Thailand. En dan, op zaterdag 27 oktober om 5 uur rijden we richting Schiphol. Om de chaos van deze week nog wat kompleter te maken, blijkt dat de vlucht naar Bangkok vol zit. Ik ben niet van plan om te wachten tot er misschien nog een plaatje open valt dus zijn er 2 opties: of weer naar huis of op zoek naar een alternatief. Alhoewel optie 1 natuurlijk heel aantrekkelijk klinkt, is dat meer uitstel van excecutie dan dat het echt handig is. Dus maar op zoek naar optie 2. En uiterst vriendelijke (mag ook wel eens gezegd worden) dame van de KLM vindt een alternatief. En zo zit ik zaterdagavond om 9 uur in een vliegtuig op weg naar Kuala Lumpur. Alhoewel ik altijd dacht dat ik topografisch redelijk onderlegd was, moet ik nu toch passen. Ik weet dat het ergens in het verre oosten ligt, maar verder... Het blijkt in Maleisie te liggen, op 2 uur vliegen ten zuid oosten van Bangkok.

De lucht in

De vlucht, in een gigantisch Boeing 747 is een beetje hobbelig maar het lukt me toch om een uurtje of 3 te slapen. Na 13 uur kom ik aan op het vliegveld van Kuala Lumpur. Even opnieuw inchecken en dan.....dan 5 uur wachten op het volgende vliegtuig. Dat is natuurlijk niet erg fijn, zeker niet omdat je op een gegeven moment best moe wordt. Maar het geeft wel even te tijd om aan Azie te wennen. Ik was al 1 keer eerder in Azie. Sri Lanka om precies te zijn, van 13 tot 29 december 1998. Het eerste wat opvalt, naast het feit dat ik nagenoeg de enige blanke ben ten tijde van mijn aankomst, is de geur. Het ruikt zo anders dan in Europa en Amerika. Ik weet niet precies hoe het het best is te omschrijven maar het is heel typisch (lees: typisch, niet per deifinitie vies!). Verder vallen ook gelijk de vrouwen op. Nu vallen me die altijd wel op maar in dit geval om een andere reden. Ze zijn over het algemeen zeer zwaar gesluierd (alleen de ogen zijn zichtbaar) en helemaal in het zwart.

Na 5 uur wachten en lezen, vertrek het vliegtuig van Malaysia Air naar Bangkok, waar ik rond 9 uur ’s avonds aankom. Hier verloopt het allemaal vrij soepel waardoor ik rond 11 uur aankom op de plaats van bestemming, precies 24 uur nadat ik van huis was vertrokken. Gelukkig doet de sms het waardoor ik Rita ook even gerust kan stellen.
De eerste dagen
Ik slaap de eerste nacht als een roosje en, naar later zal blijken, heb nauwelijks last van een jetlag. Ben natuurlijk wel wat vermoeid maar dat heeft meer te maken met weinig slaap dan met het tijdsverschil van 6 uur. Op opstaan om 7 uur is dan ook helemaal niet moeilijk. Om 8 uur word ik opgehaald door 1 van onze chauffeurs die me naar de fabriek brengt.

De eerste kennismaking met de fabriek is goed. Het ziet er allemaal heel erg gelikt uit. Het is allemaal een maatje groter dan ik gewend ben (de fabriek in Thailand is qua productie twee keer zo groot als de fabriek in Amerika) maar verder is het heel erg herkenbaar. Zelfs de mensen zijn erg herkenbaar. Ik ken bijna iedereen, wat het wel erg gezellig maakt, ook al zijn we er allemaal natuurlijk niet voor de gezelligheid. Ik val gelijk met mijn neus in de boter. Het gedeelte van de fabriek waar ik voor ben gekomen, start net op dus ik kan gelijk mee draaien. Dat gaat op dinsdag ook zo en dan is het weer wat rustiger omdat er elders in de fabriek dingen wat minder goed lopen waardoor ‘mijn’ gedeelte even niets te doen heeft. Maar vervelen hoef ik me ondertussen niet want er is altijd wel wat te doen. En daarnaast heb ik nog mijn andere baan waar ik nog wat werk voor kan doen.

Als ik 2 dagen alleen heb gezeten in het huis, komt Mark uit Amerika erbij. Gelukkig voor mij was ik als eerste aangekomen, waardoor ik in het bezit ben gekomen van een grote slaapkamer met eigen badkamer. Verder hebben we een televisie en internet, een maid (een meisje die het huis schoonhoud en de was en de boodschappen doet) en een chauffeur. Best wel luxe dus. Het huis staat in afgesloten een wijk waar ook alle andere tijdelijke krachten wonen. Daarnaast wonen er ook nog wat expats die voor langere tijd aan Purac Thailand zijn verbonden. De wijk waarin we wonen is erg groen, zoals eigenlijk alles hier erg groen is. Wat dat betreft is het wel duidelijk dat het regenseizoen net is afgelopen. We krijgen nog wel twee flinke buien maar verder schijnt altijd de zon en is het ongeveer 30 graden. En dat terwijl het winter is!

In de rest van de week gaat het werk eigenlijk best lekker en is het daar buiten ook wel uit te houden. Eten doen we of ’s avonds thuis (de maid haalt eten dat wij dat opwarmen in de magnetron) of uit. Maar na een week laten de eerste optie alweer varen want ff uit eten na het werk is wel zo ontspannend. En voor het geld hoeven we het niet te laten want voor 5 Euro eet je je buikje helemaal vol en heb je er nog een biertje bij ook. Nadeel is echter wel dat je bijna alleen maar rijst eet. Rijst met iets erbij. En in dat iets erbij kan je je wel vergissen. Want soms springen de tranen echt uit je ogen vanwege het hete voedsel. Maar gelukkig zijn er veel westerlingen waardoor er een tamelijk aangepaste (lees: niet spicy) keuken is.

Op donderdagavond gaan Johan en ik bij Wim en Meike langs. Wim heeft een jaar lang in Amerika met ons gewerkt en is nu plant manager van PURAC Thailand. Hij laat ons zien hoe ze wonen en nadat we met ze zijn wezen uit eten en nog wat hebben gedronken aan de rand van hun zwembad, blijven we ook nog eens logeren. Hun huis staat namelijk op een klein uurtje rijden van ons huisje en blijven slapen is eigenlijk net zo makkelijk. Niet alleen makkelijk maar ook apart. Want ik heb de eer om in ‘de roze slaapkamer’ te slapen. Een mooi roze dekbed en een geheel roze badkamer zorgen er mede voor dat ik heerlijk slaap.

Bangkok

Aan het einde van de eerste week, waarbij we op donderdag het officiele opstart moment hebben, gaan we op vrijdag voor een weekend naar Bangkok. Overigens is het officiele opstart moment louter een symbolisch moment want de eigenlijk opstart is al een paar dagen eerder aangevangen. Maar op vrijdag vertrekken we dus naar Bangkok. Normaal gesproken duurt dit een uurtje of 2 maar nu, in de spits, bijna 4 uur. Gelukkig hebben we, ik ga met 4 andere collega’s, een dvd in het busje dus vliegt de tijd wel om. We hebben een hotel laten reserveren in het centrum van Bangkok. En als ik dan mijn tas heb uitgepakt en uit het raam naar beneden kijk naar het bruisende Bangkok met zijn 9 miljoen inwoners, realiseer ik me natuurlijk wel dat ik toch wel geluk heb. Want tuurlijk zit ik hier voor mijn werk en tuurlijk is 8 weken weg bij Rita en de kids veel te lang, maar dit pik ik toch maar weer mee. Net zoals ik eerder dit jaar al eens een weekend in Rio de Janeiro was.
Bangkok is groot, erg groot. Met 9 miljoen mensen is dit een wereldstad die 24 uur per dag leeft. Vanwege het grote aantal auto’s hangt er continu een smog wolk. Er staan eigenlijk 24 uur per dag files in de binnenstad. Opvallend is ook het grote aantal taxi’s en tuk-tuks. Alles rijdt door elkaar en het geclaxoneer gaat ook 24 uur per dag door, wat Bangkok tot een lawaaierige stad maakt. Wat wel opvalt is dat Thailand niet echt heel erg arm lijkt. Sri Lanka is echt heel arm. Maar Thailand lijkt mee te vallen. We zien niet veel bedelaars en mensen wonen ook niet in hutjes van klei.

Twee collega’s zijn al eerder in Bangkok geweest dus zij leiden ons een beetje rond. Op de eerste avond ontdekken we het nachtleven van Bangkok. Tja, dat is wel ‘different’. En dan zijn we in Nederland toch wel wat gewend. We eten in een restaurants dat eigenlijk een groot condoom museum is. Het eten is heerlijk maar de condooms die echt overal liggen, leiden wel wat af. In het begin snappen we niet helemaal wat het doel is van dit restaurant maar navraag leert ons dat er een diepere gedachte achter zit. Het restaurant wordt financieel gesteund door de overheid en grote bedrijven. Zij doneren geld wat vervolgens wordt besteed aan onderzoek naar het genezen van HIV. Een deel van het geld dat wij betalen voor het eten, gaat ook naar dit onderzoek. Het wordt inmiddels zo breed gedragen dat dit restaurant 1 in een keten is. Voorkomen van HIV blijft natuurlijk nog altijd beter dan genezen maar een uur later zien we wel dat de overheid niet echt op zoek is naar het voorkomen ervan. Want de sexindustrie is een hele grote inkomstenbron voor Thailand.

Na dit ongewone restaurant duiken we een barretje in en daar worden we gelijk geconfronteerd met hetgeen waar Thailand bekend om staat. De sexindustrie. Als man word je continu aangeklampt en aangesproken (ja, ook ik haha). De ‘dames’ (al is maar afwachten hier) zien in iedere man een wandelende geldautomaat. Heel eerlijk gezegd is het in het begin wel grappig maar als je niet op zoek bent naar sex of een avontuurtje, is het behoorlijk irritant dat gefluit, aangeraak en opdringerige gedrag. We houden het dan ook wel na een uurtje voor gezien, al weten we dat we er de komende weken nog veel meer van gaan zien want het is bijna overal.
Zaterdag bezoeken we de standaard toeristische trekpleisters. Heel eerlijk gezegd heb ik me niet al te veel ingespannen om de namen te onthouden van de dingen waar ik ben geweest. Dus laat ik het erop houden dat ik in een paar tempels ben geweest, het oude paleis van de koning en een paar vaarten met een boot heb gemaakt. Normaal gesproken lees ik me wel goed in en weet ik ook wel wat ik wil zien maar dit blijft toch anders. Hier met collega’s zijn is toch wel even wat anders dan met je gezin. Maar het is allemaal erg mooi en erg indrukwekkend. De serene rust die bij sommige tempels hangt, ondanks de vele bezoekers, is indrukwekkend en rustgevend. Een deel van de reis is overigens minder rustgevend want ik loop met mijn hoofd tegen een afvoergoot aan. Een grote kras is het gevolg. Het bloed behoorlijk in het begin maar na een minuut of 10 ziet het er al veel minder ernsitig uit. Gelukkig heb ik pas een tetanus injectie gehad dus dit ga ik wel overleven.

’s Avonds eten we weer wat en gaan we naar een westerse Lounch bar. Niet helemaal mijn ding qua muziek maar al veel beter dan de barretjes waar we gisteren waren. Op zondag bezoeken we nog een markt voordat we weer terug gaan naar huis. De eerste week zit erop. Nog 7 te gaan.