Zoals jullie weten, ben ik inmiddels aanbeland in Thailand om daar mee te helpen om de nieuwe PURAC fabriek op te starten. Het was de bedoeling om een hele nieuwe blog te maken. Maar omdat dingen in Thailand, inclusief het internet (met alle leestekens), een stuk minder makkelijk werken dan in onze westerse wereld, plak ik mijn Thai-adventure maar gewoon achter het Omaha-adventure aan.
Groetjes en tot eind december,
Tim
Heel even thuis
Wat raar om weg te gaan voor 2 maanden als je eigenlijk nog maar net verhuisd bent. Sterker nog, je bent nog niet eens gewend aan je eigen huis en dan zit je alweer in het vliegtuig. Al met al natuurlijk niet erg leuk maar het is wel iets dat we al zo’n 2 jaar weten. We hebben er dus ‘naar toe kunnen leven’. Dat de week voor mijn vertrek naar Thailand de meest rommelige week zou zijn van de afgelopen 2 jaar, konden we natuurlijk niet vermoeden....
Op dinsdag komen de verhuizers. Alleen in plaats van om 9 uur, komen ze pas om 2 uur in de middag. Geen probleem, alleen jammer dat ze ons dat van te voren niet hadden verteld. Vervolgens wordt er uitgeladen. En na wat kastjes, fietsen, bedden en speelgoed is de vrachtwagen leeg. Leeg? Waar zijn de dozen? Niet 1 doos is mee verhuisd, wat wil zeggen dat we niets uit de keuken hebben, geen kleren, beddengoed, badkamer spullen, boeken enzovoort. Omdat we een dag later al hadden afgesproken om wat oude spullen uit de opslag te halen, maken we ons niet al te druk. We halen dan de rest wel op.
Woensdag zijn we dus in Den Haag bij de verhuizer. Dan begint de verbazing pas echt. Er staat nog een hele volle container van ons en gelijk weten we ook wat er fout is gegaan. Men heeft gedacht dat dit allemaal voor de opslag was, waar het eigenlijk bedoeld was om mee verhuisd te worden. We vinden zo’n 40 dozen die mee naar Gorinchem moeten. Omdat dit geen doen is, nemen we de 10 belangrijkste mee en spreken we met de verhuizer af dat hij de rest komt brengen begin november. Maar daar zijn we er nog niet mee want er staan hier ook nog oude spullen van ons opgeslagen. Spullen die 2 jaar geleden niet mee zijn verhuisd naar Amerika. We halen de televisie en een stofzuiger uit de opslag en de rest gaat weer terug. Pfff wat een zooi heeft een mens toch. Als we straks onze spullen in de Elect van Luikstraat hebben, staat er nog altijd 30 m3 ‘troep’ in de opslag. 30 m3 !! Dat is een garage van van 3*5*2 meter, helemaal afgeladen met tafels, stoelen, boeken, een zonnenbank, kasten, fietsen, een bank, enzovoort enzovoort. Dat wordt dus op zoek naar een groot huis volgend jaar.......
Donderdag en vrijdag staan in het teken van opruimen, nog wat mensen bezoeken, bezoek krijgen en inpakken voor Thailand. En dan, op zaterdag 27 oktober om 5 uur rijden we richting Schiphol. Om de chaos van deze week nog wat kompleter te maken, blijkt dat de vlucht naar Bangkok vol zit. Ik ben niet van plan om te wachten tot er misschien nog een plaatje open valt dus zijn er 2 opties: of weer naar huis of op zoek naar een alternatief. Alhoewel optie 1 natuurlijk heel aantrekkelijk klinkt, is dat meer uitstel van excecutie dan dat het echt handig is. Dus maar op zoek naar optie 2. En uiterst vriendelijke (mag ook wel eens gezegd worden) dame van de KLM vindt een alternatief. En zo zit ik zaterdagavond om 9 uur in een vliegtuig op weg naar Kuala Lumpur. Alhoewel ik altijd dacht dat ik topografisch redelijk onderlegd was, moet ik nu toch passen. Ik weet dat het ergens in het verre oosten ligt, maar verder... Het blijkt in Maleisie te liggen, op 2 uur vliegen ten zuid oosten van Bangkok.
De lucht in
De vlucht, in een gigantisch Boeing 747 is een beetje hobbelig maar het lukt me toch om een uurtje of 3 te slapen. Na 13 uur kom ik aan op het vliegveld van Kuala Lumpur. Even opnieuw inchecken en dan.....dan 5 uur wachten op het volgende vliegtuig. Dat is natuurlijk niet erg fijn, zeker niet omdat je op een gegeven moment best moe wordt. Maar het geeft wel even te tijd om aan Azie te wennen. Ik was al 1 keer eerder in Azie. Sri Lanka om precies te zijn, van 13 tot 29 december 1998. Het eerste wat opvalt, naast het feit dat ik nagenoeg de enige blanke ben ten tijde van mijn aankomst, is de geur. Het ruikt zo anders dan in Europa en Amerika. Ik weet niet precies hoe het het best is te omschrijven maar het is heel typisch (lees: typisch, niet per deifinitie vies!). Verder vallen ook gelijk de vrouwen op. Nu vallen me die altijd wel op maar in dit geval om een andere reden. Ze zijn over het algemeen zeer zwaar gesluierd (alleen de ogen zijn zichtbaar) en helemaal in het zwart.
Na 5 uur wachten en lezen, vertrek het vliegtuig van Malaysia Air naar Bangkok, waar ik rond 9 uur ’s avonds aankom. Hier verloopt het allemaal vrij soepel waardoor ik rond 11 uur aankom op de plaats van bestemming, precies 24 uur nadat ik van huis was vertrokken. Gelukkig doet de sms het waardoor ik Rita ook even gerust kan stellen.
De eerste dagen
Ik slaap de eerste nacht als een roosje en, naar later zal blijken, heb nauwelijks last van een jetlag. Ben natuurlijk wel wat vermoeid maar dat heeft meer te maken met weinig slaap dan met het tijdsverschil van 6 uur. Op opstaan om 7 uur is dan ook helemaal niet moeilijk. Om 8 uur word ik opgehaald door 1 van onze chauffeurs die me naar de fabriek brengt.
De eerste kennismaking met de fabriek is goed. Het ziet er allemaal heel erg gelikt uit. Het is allemaal een maatje groter dan ik gewend ben (de fabriek in Thailand is qua productie twee keer zo groot als de fabriek in Amerika) maar verder is het heel erg herkenbaar. Zelfs de mensen zijn erg herkenbaar. Ik ken bijna iedereen, wat het wel erg gezellig maakt, ook al zijn we er allemaal natuurlijk niet voor de gezelligheid. Ik val gelijk met mijn neus in de boter. Het gedeelte van de fabriek waar ik voor ben gekomen, start net op dus ik kan gelijk mee draaien. Dat gaat op dinsdag ook zo en dan is het weer wat rustiger omdat er elders in de fabriek dingen wat minder goed lopen waardoor ‘mijn’ gedeelte even niets te doen heeft. Maar vervelen hoef ik me ondertussen niet want er is altijd wel wat te doen. En daarnaast heb ik nog mijn andere baan waar ik nog wat werk voor kan doen.
Als ik 2 dagen alleen heb gezeten in het huis, komt Mark uit Amerika erbij. Gelukkig voor mij was ik als eerste aangekomen, waardoor ik in het bezit ben gekomen van een grote slaapkamer met eigen badkamer. Verder hebben we een televisie en internet, een maid (een meisje die het huis schoonhoud en de was en de boodschappen doet) en een chauffeur. Best wel luxe dus. Het huis staat in afgesloten een wijk waar ook alle andere tijdelijke krachten wonen. Daarnaast wonen er ook nog wat expats die voor langere tijd aan Purac Thailand zijn verbonden. De wijk waarin we wonen is erg groen, zoals eigenlijk alles hier erg groen is. Wat dat betreft is het wel duidelijk dat het regenseizoen net is afgelopen. We krijgen nog wel twee flinke buien maar verder schijnt altijd de zon en is het ongeveer 30 graden. En dat terwijl het winter is!
In de rest van de week gaat het werk eigenlijk best lekker en is het daar buiten ook wel uit te houden. Eten doen we of ’s avonds thuis (de maid haalt eten dat wij dat opwarmen in de magnetron) of uit. Maar na een week laten de eerste optie alweer varen want ff uit eten na het werk is wel zo ontspannend. En voor het geld hoeven we het niet te laten want voor 5 Euro eet je je buikje helemaal vol en heb je er nog een biertje bij ook. Nadeel is echter wel dat je bijna alleen maar rijst eet. Rijst met iets erbij. En in dat iets erbij kan je je wel vergissen. Want soms springen de tranen echt uit je ogen vanwege het hete voedsel. Maar gelukkig zijn er veel westerlingen waardoor er een tamelijk aangepaste (lees: niet spicy) keuken is.
Op donderdagavond gaan Johan en ik bij Wim en Meike langs. Wim heeft een jaar lang in Amerika met ons gewerkt en is nu plant manager van PURAC Thailand. Hij laat ons zien hoe ze wonen en nadat we met ze zijn wezen uit eten en nog wat hebben gedronken aan de rand van hun zwembad, blijven we ook nog eens logeren. Hun huis staat namelijk op een klein uurtje rijden van ons huisje en blijven slapen is eigenlijk net zo makkelijk. Niet alleen makkelijk maar ook apart. Want ik heb de eer om in ‘de roze slaapkamer’ te slapen. Een mooi roze dekbed en een geheel roze badkamer zorgen er mede voor dat ik heerlijk slaap.
Bangkok

Aan het einde van de eerste week, waarbij we op donderdag het officiele opstart moment hebben, gaan we op vrijdag voor een weekend naar
Bangkok. Overigens is het officiele opstart moment louter een symbolisch moment want de eigenlijk opstart is al een paar dagen eerder aangevangen. Maar op vrijdag vertrekken we dus naar Bangkok. Normaal gesproken duurt dit een uurtje of 2 maar nu, in de spits, bijna
4 uur. Gelukkig hebben we, ik ga met 4 andere collega’s, een dvd in het busje dus vliegt de tijd wel om. We hebben een hotel laten reserveren in het centrum van Bangkok. En als ik dan mijn tas heb uitgepakt en uit het raam naar beneden kijk naar het bruisende Bangkok met zijn 9 miljoen inwoners, realiseer ik me natuurlijk wel dat ik toch wel geluk heb. Want tuurlijk zit ik hier voor mijn werk en tuurlijk is 8 weken weg bij Rita en de kids veel te lang, maar dit pik ik toch maar weer mee. Net zoals ik eerder dit jaar al eens een weekend in
Rio de Janeiro was.

Bangkok is groot, erg groot. Met
9 miljoen mensen is dit een wereldstad die 24 uur per dag leeft. Vanwege het grote aantal auto’s hangt er continu een
smog wolk. Er staan eigenlijk 24 uur per dag files in de binnenstad. Opvallend is ook het grote aantal taxi’s en tuk-tuks. Alles rijdt door elkaar en het geclaxoneer gaat ook 24 uur per dag door, wat Bangkok tot een lawaaierige stad maakt. Wat wel opvalt is dat Thailand niet echt heel erg arm lijkt. Sri Lanka is echt heel arm. Maar Thailand lijkt mee te vallen. We zien niet veel bedelaars en mensen wonen ook niet in hutjes van klei.

Twee collega’s zijn al eerder in Bangkok geweest dus zij leiden ons een beetje rond. Op de eerste avond ontdekken we het
nachtleven van Bangkok. Tja, dat is wel
‘different’. En dan zijn we in Nederland toch wel wat gewend. We eten in een restaurants dat eigenlijk een groot condoom museum is. Het eten is heerlijk maar de condooms die echt overal liggen, leiden wel wat af. In het begin snappen we niet helemaal wat het doel is van dit restaurant maar navraag leert ons dat er een diepere gedachte achter zit. Het restaurant wordt financieel gesteund door de overheid en grote bedrijven. Zij doneren geld wat vervolgens wordt besteed aan onderzoek naar het genezen van
HIV. Een deel van het geld dat wij betalen voor het eten, gaat ook naar dit onderzoek. Het wordt inmiddels zo breed gedragen dat dit restaurant 1 in een keten is. Voorkomen van HIV blijft natuurlijk nog altijd beter dan genezen maar een uur later zien we wel dat de overheid niet echt op zoek is naar het voorkomen ervan. Want de sexindustrie is een hele grote inkomstenbron voor Thailand.
Na dit ongewone restaurant duiken we een barretje in en daar worden we gelijk geconfronteerd met hetgeen waar Thailand bekend om staat. De
sexindustrie. Als man word je continu aangeklampt en aangesproken (ja, ook ik haha). De ‘dames’ (al is maar afwachten hier) zien in iedere man een wandelende geldautomaat. Heel eerlijk gezegd is het in het begin wel grappig maar als je niet op zoek bent naar sex of een avontuurtje, is het behoorlijk irritant dat gefluit, aangeraak en opdringerige gedrag. We houden het dan ook wel na een uurtje voor gezien, al weten we dat we er de komende weken nog veel meer van gaan zien want het is bijna overal.

Zaterdag bezoeken we de standaard
toeristische trekpleisters. Heel eerlijk gezegd heb ik me niet al te veel ingespannen om de namen te onthouden van de dingen waar ik ben geweest. Dus laat ik het erop houden dat ik in een paar tempels ben geweest, het oude paleis van de koning en een paar vaarten met een boot heb gemaakt. Normaal gesproken lees ik me wel goed in en weet ik ook wel wat ik wil zien maar dit blijft toch anders. Hier met collega’s zijn is toch wel even wat anders dan met je gezin. Maar het is allemaal erg mooi en erg
indrukwekkend. De serene rust die bij sommige tempels hangt, ondanks de vele bezoekers, is indrukwekkend en rustgevend. Een deel van de reis is overigens minder rustgevend want ik loop met mijn hoofd tegen een afvoergoot aan. Een grote kras is het gevolg. Het bloed behoorlijk in het begin maar na een minuut of 10 ziet het er al veel minder ernsitig uit. Gelukkig heb ik pas een tetanus injectie gehad dus dit ga ik wel overleven.
’s Avonds eten we weer wat en gaan we naar een westerse Lounch bar. Niet helemaal mijn ding qua muziek maar al veel beter dan de barretjes waar we gisteren waren. Op zondag bezoeken we nog een markt voordat we weer terug gaan naar huis. De eerste week zit erop.
Nog 7 te gaan.