
In het derde weekend van mei is het
Tulip festival in
Orange City. Orange City is een dorpje op zo’n 3 uur rijden ten noorden van Omaha. En het dorp heet niet voor niets Orange City want van oudsher hebben zich hier veel Nederlanders gevestigd. Vorig jaar winter waren we er al eens geweest maar dat was niet tijdens een Tulip festival. En als echte Nederlanders moeten we daar natuurlijk bij zijn. Het is ons eerste tulip-festival want zelfs in Nederland hebben we nog nooit zoiets bijgewoond. Zelfs geen
bloemencorso. Kan je nagaan wat anderhalf jaar Amerika met je doet. Soms verlang je terug naar echte oer Hollandse klompen en bloemen. Wie weet is de Keukenhof wel wat voor ons...

We spreken af met Kristi en Brett. Zij wonen inmiddels in Sioux City en dat is halverwege Omaha en Orange City dus dat komt mooi uit. Als we om een uur of 11 aankomen, merken we al gelijk dat er eens soort
Koninginnedag sfeertje hangt. Onder een stralende zon wapperen overal gezellig
rood-
wit-
blauwe vlaggetjes en in inderdaad een hoop tulipen.

Er is een kermis voor de kinderen en in het stadspark is een oud Hollands stadje nagebouwd inclusief bruggetje en molens. Rita gaat nieuwsgierig bij de plaatselijke VVV navragen hoe groot het gehalte Hollanders is in dit dorp. Uit de wijze waarop ze wordt ontvangen, wordt het antwoord al snel pijnlijk duidelijk. Ze zien en spreken hier maar zelden Nederlanders. De vrouw van de VVV is dan ook niet bij Rita weg te slaan. We zijn heel even net buitenaardse wezens en de twee rode koppies van
Bram en Emma helpen daar natuurlijk nog eens aan mee. Als de vrouw is bijgekomen van de opwinding, vertelt
ze dat er in het hele dorp nog maar een iemand woont met de Nederlandse nationaliteit. Het valt de dorpelingen wel op dat wij Nederlands spreken want we worden regelmatig aangesproken op straat. Maar er is niemand die ons verstaat en dus gaat de communicatie in het Amerikaans. Overigens is
Johan op dat moment ook in Orange City en die spreekt wel met iemand die in het Nederlands terug praat (nee, het was niet een van ons!). Vast en zeker was dat de enige Hollander in het dorp.
Tim krijgt van tijdens de wandeling door het dorp nog even een
veer in zijn kont van een paar inwoners. Hij wordt aangesproken omdat hij lijkt op een good-looking jongeman die die ochtend in de krant stond. Zo, Tim zijn dag kan nu al niet meer stuk!

We wandelen door het dorp en het valt dan al op dat men bepaalde ideeën heeft van Nederland maar dat die niet perse kloppen. De
kledendracht die we zien heeft in de verre verte wel wat weg van onze kledendracht maar het is het net niet. En ook het eten dat hier en daar te koop is, heeft niet altijd een erg hoog Nederland gehalte. Hamburgers staan nu éénmaal bij ons niet echt bekend als iets typisch Hollands.
Stroopwafels zijn er wel. We proberen er 1 maar wat een domper. De vorm is hetzelfde maar daar is alles mee gezegd.
De
klompenmaker lijkt wel weer zo uit het oude Holland gestapt te zijn. En in het aangrenzende winkeltje zijn alleen maar typische Hollandse souveniers te koop. Van die souveniers die we in Nederland al niet kochten dus laat staan dat we ze hier kopen.

In de loop van de middag is er een grote optocht, het hoogtepunt van 3 dagen Tulip-Festival in Orange City. Nadat eerst het Amerikaans en het Nederlandse volkslied klinken, komen een heleboel kinderen voorbij die, volgens goed oud-hollands gebruik, de straten schoonboenen. En dan is het tijd voor de rest van de optocht, denken we. Maar dan heeft het organisatie comitee besloten dat de toeschouwers weer eens aan de oorlog in
Irak moeten worden herinnerd.
Voordat de optocht begint wordt omgeroepen dat er soldaten langs komen die in de oorlog hebben gediend. Hierop gaat iedereen staan en terwijl de tankauto’s voorbij rijden, glimt iedere Amerikaan. De oorlog in Irak. In het overgrote deel van Amerika is het een pijnlijk onderwerp aan het worden omdat men zich schaamt. De kritiek tegen het beleid van
Bush neemt hand over hand toe en de landelijke televisiezenders lopen dan ook al lang niet meer mee met de president. Maar in
Iowa, de staat waarin Orange City ligt, is Bush nog altijd de held. In deze meest conservatieve staat van de VS wordt ons maar weer eens duidelijk gemaakt dat Amerika het
middelpunt van de wereld is. Met
Kristi en Brett kunnen we hier gelukkig wel over praten want zij hebben een veel ‘Europesere’ opvatting. Bij andere Amerikanen in onze nabije omgeving weten we dat dat een onderwerp is dat we gewoon moeten vermijden. Niet over praten. Onze ideeën liggen te ver uit elkaar om het ooit eens te worden.

Als de militairen voorbij komen, wordt er hard geklapt. Iets wat heel goed te begrijpen is. Wat vervolgens minder goed te begrijpen is, is dat er voor een groep jonge padvinders die direct na de militairen komt, helemaal niet wordt geklapt. Tja, recalcitrant als Tim kan zijn, gaat hij heel demonstratief hard klappen voor de jongens. De rest van de menigte pikt het op en zo krijgen deze jongens, in ieder geval op ons deel van de route, ook een
applaus.

De rest van de optocht bestaat uit kleine stukjes Nederland, nagebouwd op praalwagens. Bram’s aandacht wordt vooral getrokken door de enorme tractors die mee rijden. Dit zijn geen Nederlandse tractors hoor. We zouden niet weten hoe die over de smalle landweggetjes en dijkjes zouden moeten rijden. Na anderhalf uur is Nederland, gezien vanuit de ogen van Amerikanen, aan ons voorbij getrokken. Leuk om te zien allemaal, al vrezen we wel voor de parade over 10 jaar. Want nu was het soms al twijfelachtig of het wel allemaal puur Hollands was.
Na de parade blijven we nog even in Orange City hangen zodat de kinderen nog even de tijd hebben om de speeltuin in te duiken. Maar na een uurtje of 8 ‘Nederland’, houden we het voor gezien.

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home