zondag, mei 21, 2006

South Dakota: Great Faces, Great Places (deel 2)


De Black Hills

Het grootste verschil tussen de Black Hills en de veel bekendere Rocky Mountains schijnt de commercie te zijn. De Black Hills zijn geen erkend Nationaal Park terwijl de Rocky Mountains dat wel zijn. Hierdoor heeft de commercie een behoorlijke vinger in de pap gehad in de Black Hills. Tegenwoordig wordt dat sterk terug gedrongen maar door de commercie is het hier veel minder ongerept dan de Rocky Mountains. Dit heeft ook wel voordelen omdat er zo naast natuur ook nog veel meer andere dingen zijn te beleven.

Na het diner zoeken we een hotel in Custer. Dat zoeken valt nog niet meer want het is al schemerig en er lopen tientallen herten op de weg die we keer op keer moeten ontwijken. Custer ligt midden in de Black Hills en van hieruit kunnen we de Black Hills ontdekken. De eerste indrukken zijn al mooi. Het is in niets te vergelijken met Badlands. Hier staan namelijk heel erg veel bomen. Zo op het eerste gezicht zijn de Black Hills makkelijker te vergelijken met natuurgebieden in Europa.

Aktiviteiten in de Black Hills

Naast veel natuur is er in de omgeving ook heel veel voor kinderen georganiseerd. Niet gek want heel Amerika is heel erg ingesteld op kinderen. Elke woonwijk heeft minimaal 1 speelplaats, in restaurants krijg je steevast een kleurplaat met krijtjes en in supermarkten kunnen kinderen gewoon gratis een koekje halen bij de broodafdeling.
We bezoeken een reptielentuin, een kinderboerderij en een zwembad. In de reptielentuin wonen we een slangenshow bij. Bram begint al te huilen voordat de eerste slang getoond wordt maar zodra hij ziet hoe een slang eruit ziet, heeft hij de grootste lol. Hij mag zelfs een hele grote witte wurgslang aanraken. Naast slangen zijn er 150 jaar oude schildpadden, aligators, krokodillen, spinnen en de onafscheidelijke Bald Eagle (dit is uiteraard geen reptiel maar een vogel!), het symbool van Amerika. De kinderboederij bevalt Bram niet zo goed. Hij mag wel een paar pasgeboren lammetjes aaien en de speeltuin is fun maar met de geitjes en het paard is hij minder goede vriendjes. De geiten gaat bokken terwijl hij er pal naast. Bram kan 1 hoorn niet meer ontwijken. Gelukkig doet het niet veel pijn maar hij moet wel vluchten. En het paard hapt iets te enthousiast het gras van zijn hand. Dus niet alleen gras maar ook een pink werd gehapt. Dit doet wel pijn. Tranen met tuiten. Natuurlijk kan het paard er niet veel aan doen maar Bram is waarschijnlijk vanaf nu net zo bang voor paarden als zijn vader.
We gaan ook nog zwemmen. De reclameblaadjes doen vermoeden dat we naar een groot subtropisch zwemparadijs gaan. Aangekomen blijkt het echter een heel gewoon 25 meter bad te zijn met 2 glijbaantjes. Het bijzondere is dat het water warm is omdat ze hier in Hot Springs, in het zuiden van de Black Hills, een natuurlijke warm water bron hebben. We blijven een uurtje maar al met al zijn de kinderuitjes in de Black Hills dus niet echt een succes. Bram doet in het zwembad ook nog eens letterlijk een (warme) duit in het zakje door te vergeten dat hij geen luier draagt. Gelukkig voor ons is hij wel zo slim om het bad uit te gaan dus een ronddrijvende ‘bruine jongen’ blijft ons bespaart.

Mount Rushmore in de Black Hills

Terug naar de natuur. Zeg je Black Hills, dan zeg je Mount Rushmore. Dit is de rots waaruit de 4 presidentskoppen zijn gehakt. We rijden richting Mount Rushmore via een hele boel haarspeld bochten en deels door het Custer State park, één van de natuurreservaten in de Black Hills. Het is een prachtige rit. Tussen de bomen door zie je af en toe hele grillige rotspartijen en de weg is zo aangelegd dat je ieder keer, als je door een bocht komt of uit een tunnel komt, de presidentskoppen al in de verte ziet liggen. Onderweg komen we weer veel herten, prairiehondjes, bizons, coyotes en pronghorns (de Nederlandse vertaling hiervan moeten we schuldig blijven. Het lijkt op een een hert maar het gewei is anders) tegen.

Mount Rushmore is natuurlijk de trots van de VS, het blijft dus niet bij alleen maar de presidentskoppen in een rots, er is een heel bezoekerscentrum omheen gebouwd. Het bezoekje hieraan kost $ 8 maar daarvoor krijg je wel alle vlaggen van alle staten te zien, en kan je een stukje geschiedenis van de Amerikaanse presidenten voorgeschoteld krijgen. Dit laatste laten wij aan ons voorbij gaan. Wij bekijken de koppen van Washington, Jefferson, Roosevelt en Lincoln. Het startsein voor het uithakken van de koppen werd gegeven in 1927, 14 jaar later waren ze voltooid. Dat wil zeggen, de beelden zijn nooit helemaal voltooid. Het geld was namelijk gewoon op om het helemaal af te maken. Dus kon er niet meer begonnen worden aan een gallerij bustes van belangrijke Amerikanen en een opslagplaats voor de belangrijkste Amerikaanse documenten. Deze Hall of Records staat inmiddels wel weer op het verlanglijstje van Amerika dus wie weet wordt het nog eens gebouwd.

Custer State park in de Black Hills

Custer State park een groot natuurreservaat midden in de Black Hills. We hebben gehoord dat er bij zonsopgang en zonsondergang de meeste bedrijvigheid is in het park wat dieren betreft dus rijden wij om kwart over 6 ’s morgens het park in. Het heeft geregend die nacht dus de wegen zijn nat. Als we het park inrijden zien we de mist nog boven de meren hangen. De eerste 10 minuten zien we nog geen dieren maar als snel zien we heel veel white tale dears lopen. Dit zijn de meest voorkomende herten die we ook veel in Omaha zien.

Als we op grotere vlakten rijden zien we gelijk al meer dieren. Een kalkoen is misschien niet echt bijzonder maar het is wel eens leuk om er een paar te zien die nog een kop en veren hebben en die hun pootjes niet met touwtjes bijelkaar gebonden zien. Ook hier weer pronghorns. Eerst maar 1 maar na een tijdje zien we hier ook meerdere van lopen. Nadat we ook een paar Mule dears (deze lijken op elanden maar dan iets kleiner) zien grazen, komen we een hele kudde wilde ezels tegen. Speciaal voor deze ezels hebben we worteltjes meegenomen. Eerst benaderen ze ons nog voorzichtig maar als snel steken 2 ezels hun kop in de auto om de worteltjes op te komen halen. Tijd om een beetje meer gas te geven.
Als we een uurtje in het park rijden, rijden we de echt grote vlaktes op. En dan zien we waar we voor zijn gekomen. Hele kuddes bizons (ook wel buffalo’s) lopen heuvel op en heuvel af. Zoals je in zuid Europa kudden geiten en koeien op de weg ziet, zo zie je hier kuddes Bizons. We moeten geregeld op ze wachten omdat ze moeten oversteken. Middels borden word je gewaarschuwd voor het gevaar. Want zeker nu, er lopen heel veel kleine bizons bij, zijn ze best gevaarlijk.

Na 3 uur houden we het park voor gezien en gaan we in een restaurant uitgebreid ontbijten. Dat hebben we wel verdiend. En na een ontbijt is het weer tijd voor een potje voetbal want Bram moet zijn energie ook zo af en toe eens kwijt. Het is het ook geen pretje. Half 6 op staan omdat je ouders bizons willen zien. Bram doet het echt uitstekend! Hij gaat laat naar bed, is vroeg op, slaapt tussen de middag niet maar hij vindt het allemaal geweldig.